Regio Noord

Secretaris Raad van Advies Waddenzeehavens
t.a.v. de heer A. Bosch,
Kaardebol 8
9413 DT Beilen

i.a.a. Bestuur Waddenzee Kustgemeenten
t.a.v. het secretariaat
Johan van den Kornputplein 10
9934 EA Delftzijl

Fractie SHK
p.a. Peter C. Meijer
Mossel 16
1775 JB Middenmeer
tel.: 0227-503559/06-10443575
e-mailadres: petermeijer@hollandskroon.nl

Contactpersoon: W.A. (Pim) de Herder
Varkengrasweg 3-5
1778 JE Westerland
tel.: 0227-591474/06-23090796
e-mailadres: pimdeherder@planet.nl

Onderwerp: Bereikbaarheid van de havens en de schutsluis te Den Oever.
Datum: 30 december 2019.

Geachte heer A. Bosch,
U bent betrokken bij de totstandkoming van de Gebiedsagenda Wadden 2050. Deze agenda heeft als doelstelling een ecologisch èn economisch gezond werelderfgoed Waddenzee. In dit kader vraagt onze fractie bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid van de vissershaven van Den Oever. Die toegang valt of staat met de doorvaarbaarheid van slechts één vaargeul: via het Visjagersgaatje (zie bijlagen). Wij bespeuren onvoldoende bestuurlijke urgentie om de problematiek rond het Visjagersgaatje te regelen in de Gebiedsagenda Wadden 2050 en wel zodanig dat het Visjagersgaatje in de toekomst doorvaarbaar blijft, gerelateerd aan de diepgang van de huidige moderne kotters.

De toegankelijkheid van Den Oever over zee is de hoeksteen onder de lokale economie. De maritieme bedrijfstak in en rond dit dorp is goed voor honderden arbeidsplaatsen. Al sinds 2011 wijst ons fractielid Pim de Herder op de verzanding van de vaargeul, hetgeen wordt onderstreept door
menig schipper die hier is vastgelopen met zijn vaartuig. Het meest recente incident (november 2019) was een vastgelopen tanker met 1600 ton gasolie aan boord; dat had kunnen resulteren in een zware aantasting van het ecologisch systeem in de Waddenzee.

– 1 –
Rijkswaterstaat voert vaargeulonderhoud uit in de Waddenzee. In het beheerplan Natura 2000 Waddenzee staan de vereiste breedte en diepte per geul aangegeven, waaraan Rijkswaterstaat zich dient te houden.
Voor het Visjagersgaatje is gesteld dat de nautische vaardiepte 3.50 meter – N.A.P. is, met een maximale onderhoudsdiepte (baggerdiepte) van 4.00 meter – N.A.P. De diepte van het Visjagersgaatje wordt 6 maal per jaar gepeild. Voor zover ons bekend, wordt aan de hand hiervan beoordeeld of er gebaggerd dient te worden in het gebied van het Visjagersgaatje. Volgens de gebruikers van de vaarroute wordt de vaargeul ter plaatse van het Visjagersgaatje steeds smaller.

Door het geringe verschil tussen de nautische vaardiepte en de onderhoudsdiepte van 50 cm slibt de geul redelijk snel vol ten gevolge van stormen en door de stroming van eb en vloed, min of meer loodrecht op het Visjagersgaatje. Het Visjagersgaatje heeft namelijk een knik in de vaargeul (zie de bijlagen). Dat betekent dat het Visjagersgaatje herhaaldelijk op de nautische vaardiepte dient te worden gebracht. Het zand van de aan de weerskanten gelegen zandplaten wordt bij eb en vloed naar de vaargeul verplaatst.

De vaarroute Wierbalg, was de vroegere hoofdvaarroute van en naar Den Helder en Den Oever. De vaarroute door het Visjagersgaatje was toentertijd slechts een alternatieve vaarroute. De vaarroute Wierbalg slibt nu langzamerhand verder dicht. Deze is alleen nog geschikt voor kleine vaartuigen met zeer geringe diepgang en is dan alleen nog tijdens hoog water bevaarbaar. Het is een teken aan de wand dat het gebied nabij de kustlijn, tussen Den Oever en Den Helder, nog verder zal dichtslibben.

In de havens van Den Oever en voor de drempeldiepte van de schutsluis Stevin van Den Oever, wordt een nautische vaardiepte van 4.10 meter – N.A.P. en een onderhoudsdiepte van 4.40 meter – N.A.P. aangehouden.

Uitgaande van de onderhoudsdiepte van de havens en schutsluis én de grotere nautische vaardiepte voor en na het Visjagersgaatje respectievelijk 6.50 meter – N.A.P. (westzijde) en 4.20 meter – N.A.P. (oostzijde) is het gewenst de drempel in het Visjagersgaatje op een minimale nautische vaardiepte van 4.10 – N.A.P. te brengen. Dus gelijk aan die van de havens en de schutsluis! Om het verschil met de huidige vastgestelde dieptematen gelijk te houden, komt de onderhoudsdiepte dan op 4.60 meter – N.A.P. (4.10 + 0.50).

Het getijverschil in Den Oever varieert van ongeveer gemiddeld tussen de 0.80 – meter N.A.P. bij laag water (eb) en 1.00 meter + N.A.P. bij hoog water (vloed).

Bij hoog water is de drempel in het Visjagersgaatje goed te nemen met een vaardiepte van 4.50 meter (3.50 + 1.00 meter), doch bij laag water van minimaal 2.70 – N.A.P. (3.50 – 0.80 meter) met daarbij een te geringe geulbreedte, lopen herhaaldelijk vissers-, vracht- en recreatieschepen (met kiel of schroef) vast c.q. lopen schade op bij het passeren van het Visjagersgaatje. Bij sterke oosten- en noordoostelijke winden valt de nautische vaardiepte nog vele malen lager uit en is het Visjagergaatje niet meer te passeren.

Wanneer er weer eens te weinig water in de geul staat en er toch schepen door het Visjagersgaatje proberen op te stomen, ontstaan er herhaaldelijk sleuven in de bodem. De hierdoor ontstane sleuven worden door RWS vrijwel, zover wij hebben begrepen, direct hersteld.

– 2 –
De gewenste nautische vaardiepte van het Visjagersgaatje komt, als hiervoor genoemd, bij uitvoering overeen met de nautische vaardiepten van voor en na het Visjagersgaatje, met de nautische vaardiepte in de havens van Den Oever en met die van de schutsluis Stevin Den Oever.
Het bevordert de bereikbaarheid (onderdeel van de Gebiedsagenda) van en naar de havens van Den Oever en onder andere de Waddenzee èn die van en naar de belangrijke vaarweg Waddenzee (Den Helder) en het IJsselmeer (Amsterdam) via de schutsluis Stevin.

In 2018 werden de volgende aantallen schepen geschut die ook het Visjagersgaatje passeerden: 682 zeeschepen, 3161 binnenvaartschepen en 18220 recreatieve schepen. Daarnaast passeren er nog eens ongeveer zo’n 2700 vaartuigen, hoofdzakelijk vissersschepen, vanuit de havens van Den Oever het Visjagersgaatje. Uiteindelijk gaat het hier om een totaal van 24763 scheepsbewegingen. Ook voor de watergerelateerde bedrijven in de regio, in Den Oever en op de haventerreinen van Den Oever èn voor de havens gelegen aan het IJsselmeer, is het van groot belang dat het Visjagersgaatje
op de voorgestelde nautische vaardiepte en onderhoudsdiepte wordt gebracht.

Voor een gezonde economische toekomst van Den Oever is het van belang dat het Visjagersgaatje met een nautische vaardiepte van 4.10 meter – N.A.P. bij een onderhoudsdiepte van 4.60 meter – N.A.P. wordt gerealiseerd. Het is verder wenselijk dat daaraan tevens wordt toegevoegd dat de vaargeul wordt verbreed naar de oorspronkelijke breedte. Ook de knik in het Visjagersgaatje (zie bijlagen) dient te worden verwijderd, zodat er in de knik minder snel sprake zal zijn van het dichtslibben van de vaargeul.

Namens de SHK fractie, gemeente Hollands Kroon.
Peter C. Meijer, fractiesecretaris

Contactpersoon: Pim de Herder


ZIENSWIJZE PROJECT WIERINGERHOEK

dd. 7 mei 2020

Naar aanleiding van de advertentie in de Schager Courant heeft SHK een aanvraag gedaan voor het stuk/de stukken.

Wij ontvingen de volgende stukken:

1) Opzet participatie (-plan) project Wieringerhoek (ongedateerd);

2) Startbeslissing Wieringerhoek 1 november 2019 definitief;

3) Notitie Reikwijdte en detailniveau 31 maart 2020 definitief.

Onze eerste opmerking/vraag betreft de relatie tussen deze drie stukken.

In het 1e stuk lezen wij dat RWS de mogelijkheden verkent om het IJsselmeer toekomst bestendig te maken. ‘Daarbij gaat het om hoogwaardige natuur samen met een krachtige economie’.

De term krachtige economie vinden wij in de rest van de stukken niet meer terug.

In onze visie betekent het bevorderen van ‘een krachtige economie’ dat dit vrijwel altijd ten koste gaat van de natuur. Als het dus gaat om een ‘hoogwaardige natuur’ dan dient de ‘krachtige economie’ minder geprononceerd neergezet te worden.

Mogelijk is dit element daardoor in de stukken 2 en 3 niet meer in die zin opgenomen? In stuk 3 lezen wij op pagina 7: ‘Economische aantrekkelijkheid’.

Op pag. 10 van stuk 2 wordt helder aangegeven dat ‘het gebied van grote betekenis is voor de natuur’. De achteruitgang van de biodiversiteit toont aan dat de keuzes in het verleden desastreus zijn geweest. Het is dus goed op die schreden terug te keren.

Op pagina 16 van stuk 2 staan het hoofddoel en nevendoel genoteerd. ‘Het robuust maken van het ecosysteem het veerkrachtig opvangen bij duurzaam gebruik’.

Zie ook onder het kaartje op pagina 17 (stuk 2) ‘Doel van Noordkop’.

In stuk 3 geeft u op pagina 11 de samenhang aan tussen de Startbeslissing en het Participatieplan’. Ook geeft u aan dat er ‘voortschrijdend inzicht’ is geweest.

Telt nu de krachtige economie niet meer?

De zin onder agenda 2050 geeft niet direct het vertrouwen dat natuurlijke ontwikkeling van de biodiversiteit grote nadruk krijgt.

Deze agenda die in mei 2018 is ondertekend, geeft aan dat verbetering van de ecologisch kwaliteit een voorwaarde is voor economische en recreatieve ontwikkelingen van bijvoorbeeld de Metropool Regio Amsterdam’.

Het verleden heeft ons doen ervaren wat dan voorgaat en dat dit dan te koste gaat van de ecologische kwaliteit.

Zie ook pag, 18 onder 2.3. Hoofddoel en nevendoel.

Opmerking 2:

U spreekt over een klankbordgroep. In stuk 3: pagina 8 ‘Betrokken partijen’

Om welke stichtingen en vereniging gaat het? Wij denken in Hollands Kroon aan:

* Landschapszorg Wieringen; Natuurvereniging Wierhaven; Vogelwerkgroep Niedorp; In Den Helder: Vogelwerkgroep Den Helder, KNNV Alkmaar Den Helder; Vogelwerkgroep Tringa (Schagen) met een deel van het werkgebied van Hollands Kroon. Ook de LTO dient natuurlijk betrokken te worden.

 Vraag: 2

Op de kaart op pagina 5 van stuk 1 staat het gebied dat betrokken is gestippeld.

Wat is de reden dat het deel tot Balgzand niet meegenomen wordt? (zie ook kaartje pagina 7, stuk 2).

Hier zijn veel hoogwatervluchtplaatsen voor steltlopers in voor- en najaar noodzakelijk als rustgebied en mogelijkheid tot opvetten? (Zie ook uw tekst op pagina 6 in stuk 2).

Kustvisie ‘De Kop werkt’. Stuk 3.

Pag. 18 ‘Ontwikkelen van stranden tot een informatieve fietsroute’.

Als dit betekent dat er fietsroutes komen die dicht langs hoogwatervluchtplaatsen lopen, dan heeft dit niet onze instemming. Ook het ontwikkelen van stranden met alle zaken die hier kunnen meespelen, vragen zorgvuldige overweging.

(zie ook 3ebullit pagina 19)

Opmerkingen/vragen Stuk 3

Pag. 12: Het klinkt nogal tegenstrijdig dat Nederland al jaren in de ecologie van grote wateren. Wij combineren dit net met de desastreuse achteruitgang van dit ecosysteem.

Pag. 15:

Wij stellen voor om indicatorsoorten te benoemen die aan kunnen geven dat een deel van het ecosysteem weer ‘gezond’ is.  De Strandplevier is een mogelijkheid. Broedde in Den Oever op het Breehornschor, maar is al jaren weg.

Pag. 19: Ontbrekende ecotopen:

Langs de Noorder- en Zuiderdijkweg in de Wieringermeer zijn veel stukken in gebruik als landbouwgrond. Het zou mooi zijn als de grutto hier weer terugkwam. Er zou en contract met de lokale agrariërs gesloten kunnen worden om het deel langs de dijk natuurinclusief te maken. Niet alleen door akkerranden te voorzien van bloemen die insecten aantrekken, maar ook de stukken tegen de dijk aan en mogelijk daar waar de grond niet direct optimaal is ook een stimulering van de hervestiging van diverse broedvogels.

Redeneerlijn opstellen (pag. 23)

Welke bouwstenen zijn er voortgekomen??

Koppelkansen:

Het is van belang de ecologische waarde van het project te stimuleren door in het gebied gebruik te maken van de informatiemogelijkheden. Met name Natuur- en milieucentra zouden hier een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Scholen kunnen er gebruik van maken en ouders en hun kinderen, Natuurorganisaties etc.

Hier ligt een grote informatieve kans om ook bij de bevolking steun te krijgen.

Geen windmolens

De fractie SHK wil geen windmolens voor de kust van de Wieringermeer!

Ok hebben wij grote bedenking om een soort ‘Blauw gebied’ te creëren bij de Oude Zeug.

Toerisme en recreatie

Jetski’s concentreren zich nu rond de Oude Zeug vanwege het niet meer mogen en kunnen varen in de Zuiderhaven nabij Den Oever. Deze tak van Watersport zal zich blijven aanbieden en zou dan ook een plek moeten krijgen in het gebied om het wildvaren tegen te gaan. Daarvoor zou je aan de Oude Zeug deze groep watersporters kunnen inplannen samen met de huidige economische activiteiten. Een goed afgebakend gebied is in deze wel noodzakelijk. Je zou er zelfs een vooroever kunnen neerleggen waarbinnen deze groep watersporters zich kunnen bewegen tussen de beslaande IJsselmeerdijk en een nieuw aan te leggen vooroever of een groene dam.

Handhaving van recreatie op drooggevallen zandplaten (op het Breehornwad )  in het Waddengebied  is van groot belang voor rustende zeehonden en foeragerende vogels met name grote aantallen lepelaars . (Iets wat de laatste zomers steeds meer voorkomt. Met name in de warme maanden komen er schepen met vooral jongeren vanuit Den Oever met snelle schepen en zeer zware Jetski’s naar deze platen om er te recreëren en rondes te varen met de jetski’s wat zeer ongewenst is.

Een fietspad tussen het Balgzandkanaal en de Balgzanddijk is zeer ongewenst.

Tenzij de bescherming voor het achterliggende Baldzand optimaal toegepast wordt. En er geen toegang tot de dijk mogelijk is. Enige uitkijkpunten zouden dan wel wenselijk zijn.

Een fietspad langs het IJsselmeer is zeker in de maanden oktober t/m maart is zeer ongewenst! Er loopt thans ook al een wandelroute over deze dijk. Maar, in de eerdergenoemde maanden is het IJsselmeer van zo een groot belang voor watervogels dat een periodieke afsluiting van 1 oktober t/m 15 maart dan gewenst zou zijn mocht men willen overgaan tot de aanleg van een dergelijk fietspad.

RES

Windmolens in een Natura 2000 gebied als het IJsselmeer is zeer ongewenst. De internationale betekenis van dit gebied is vooral in de maanden oktober t/m maart van zeer groot belang voor overwinterende concentraties watervogels ( Sovon et all) .Als daar zijn 100 duizenden Toppers, Kuifeenden Futen en nog veel meer. Tevens dient het IJsselmeer als vluchtplaats voor de duizenden ganzen welke in de wintermaanden in de aangrenzende Wieringermeer polder verblijven. Dit is een natuurlijk gedrag bij deze groep van watervogels welke in symbiose met het IJsselmeer in de polder verblijven. Bij grote verstoringen of onraad vliegen de duizenden ganzen direct naar het aangrenzende IJsselmeer. Vandaar dat deze concentraties de landerijen nabij het water prefereren

Slaaptrek ganzen: duizenden (met name toendrarietganzen en kolganzen) trekken bij het vallen van de duisternis vanuit de Wieringermeerpolder over de corridor in het windmolen testpark van het ECN met name over de Oude Zeug het IJsselmeer op naar hun slaapplaatsen in het IJsselmeer gebied. (O.a. Eiland De Kreupel). Ganzen slaaptrek. Duizenden (met name Toendra Rietganzen en Kolganzen) trekken bij het vallen van de duisternis vanuit de Wieringermeerpolder over de corridor in het windmolen testpark van het ECN met name over de Oude Zeug het IJsselmeer op naar hun slaapplaatsen in het IJsselmeer gebied. (o.a. Eiland De Kreupel ). Bureau Waardenburg heeft in opdracht van ECN in meerdere wintermaanden en jaren via observaties in de Wieringermeerpolder en met radar op de Oude Zeug onderzoek naar gedaan.

Uiteraard is er ook zorg over de grote toename van ganzen. Regulering hiervan is zeker noodzakelijk.

Als men het IJsselmeergebied ziet als een natuurgebied dan moeten de natuurwaarden ten alle tijden boven de economische waarden gaan.  De biodiversiteit van een dergelijk watergebied als het IJsselmeer is heeft al veel te veel te lijden gehad van menselijke activiteiten waardoor de natuurwaarden ernstig verstoord zijn.

Vaarroute Visjagersgaatje

Pag. 26 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau stelt u: Voor het voormalige eiland Wieringen is tijdens het ontwerpatelier het idee ontstaan om het idee van de dijk als harde scheiding tussen zee en land los te laten en een natuurlijke overgang te creëren van natuurlijke gronden op de keileembult van Wieringen naar het getijdelandschap bij de zandplaat Breehorn. Dit betekent dat de dijk naar achteren verlegd zal moeten worden, met behoud van bescherming van het achterland (denk bijvoorbeeld aan Holwerd aan zee).

Pag. 30 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau stelt u: De brakwaterzone wordt begrensd door de Afsluitdijk en een nieuw aan te leggen leidam. Deze leidam

zal op ongeveer NAP + 2 meter moeten liggen (rapport Afsluitdijk, Schetsontwerpen Brak, Fase 3 Inrichtingsschetsen, Rijkswaterstaat). Door deze dam kan de afvoer en saliniteit gereguleerd worden en zo een bijdrage leveren aan de beheersing van de zoutindringing.

Pag. 35 en 36 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau formuleert het vorenstaande anders aan de orde:

In 2003 is in opdracht van Rijkswaterstaat een ontwerpstudie gedaan van een brakwaterzone, waarin een uitwerking is beschreven voor het ontwerp van de ‘Staart van Breehorn’ (rapport Afsluitdijk, Schetsontwerpen Brak, Fase 3 Inrichtingsschetsen, Rijkswaterstaat). Het ontwerp van de geleidelijke overgang in dit alternatief is hiervan afgeleid. Voor de aanleg van de Staart van Breehorn wordt uitgegaan van een dam in zee van ongeveer 5 km die de eerste 2 km een hoogte heeft van NAP +5 m en de laatste 2 km ongeveer NAP +4 m. De dam volgt het geulenpatroon van de Wierbalg en ‘eventueel’ het Visjagersgaatje. Het plan Vogelsand kan in schaal vergroot worden met opgespoten zand langs de nieuwe leidam. Omdat de dam in de route ligt voor de (garnalen)visserij vanuit Den Oever richting het oosten van de Waddenzee, is het openhouden van deze route belangrijk aandachtspunt.

Naar aanleiding van uw laatste zin, zie onderstaand kaartje:

Blijft de belangrijke vaarroute vanuit Den Oever richting het westen en noorden ook goed opengehouden naar de Waddenzee?

Het is tamelijk onduidelijk hoe u zich de aan te leggen dam voorstelt om langs het geulenpatroon van de Wierbalg en eventueel langs het Visjagersgaatje wil laten lopen. Het roept talrijke vragen op.

De vaargeulen de Wierbalg en het Visjagersgaatje liggen tussen de zandplaten van Breehorn en Vogelsand. Wordt de dam ten zuiden van de Wierbalg aangelegd dan zal er met het vergroten van het Vogelsand middels het opspuiten van zand niets overblijven van de vaargeulen. Wordt de dam ten noorden van de Wierbalg aangelegd dan zal de Wierbalg verder sneller dichtslibben en het Visjagersgaatje zal  met vergroten van het Vogelsand middels het opspuiten van zand verdwijnen. Wordt de dam ten zuiden van het Visjagersgaatje aangelegd dan zal de Wierbalg verder sneller dicht slibben en het Visjagersgaatje zal bij vergroten van het Vogelsand middels het opspuiten van zand verdwijnen.

Wordt de dam ten noorden van het Visjagersgaatje aangelegd dan bestaat de kans dat de Wierbalg mogelijk met kleine vaartuigen bevaarbaar blijft en het Visjagersgaatje mogelijk goed intact kan worden gehouden. In dit geval kan tegen de dam het vergroten van het Vogelsand middels opspuiten met zand worden gerealiseerd.

Maar kan dat dan een noemenswaardige vergroting van het Vogelsand genoemd worden?

Welke consequentie heeft dat uiteindelijk voor het Visjagersgaatje?

Betekent dat het Visjagersgaatje en of de Wierbalg hierdoor dan toch dichtslibben en worden deze vaargeulen dan wel steeds op vaardiepte gehouden?

Bij deze situatie dient u wel uw aangeven tekst van toepassing te laten zijn, namelijk volgens blz. 6 Startbeslissing Wieringerhoek: “In het gebied zijn meerdere wensen om de leefbaarheid van het gebied te vergroten en daarmee de economische aantrekkelijkheid te vergroten. Gezamenlijk kijken naar alle opgaven levert ruimtelijke kwaliteit op”.

Kunt u uitleggen wat nu de relatie is tussen de Gebiedsagenda Wadden 2050 en het project Wieringerhoek?

Ter informatie, de zienswijze van SHK aan Rijkswaterstaat betreffende het Visjagersgaatje:

Op 30 december 2019 heeft de fractie SHK (Senioren Hollands Kroon), gemeente Hollands Kroon, een zienswijze bij de Secretaris Raad van Advies Waddenzee en in afschrift aan het bestuur Waddenzee Kustgemeenten betreffende het Visjagersgaatje inzake de Gebiedsagenda Wadden 2050 met het onderwerp ingediend: Zienswijze betreft bereikbaarheid van en naar de havens en de schutsluis te Den Oever via het Visjagersgaatje.

Deze zienswijze luidde als volgt:

Deze Gebiedsagenda 2050 heeft als doelstelling een ecologisch én economisch gezond werelderfgoed Waddenzee. In dit kader vraagt onze fractie bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid van de vissershaven van Den Oever.

Die toegang valt of staat met de doorvaarbaarheid van slechts één vaargeul: via het Visjagersgaatje (zie bijlagen). Wij bespeuren onvoldoende bestuurlijke urgentie om de problematiek rond het Visjagersgaatje te regelen in de Gebiedsagenda Wadden 2050 en wel zodanig dat het Visjagersgaatje in de toekomst doorvaarbaar blijft, gerelateerd aan de diepgang van de huidige moderne kotters.

De toegankelijkheid van Den Oever over zee is de hoeksteen onder de lokale economie. De maritieme bedrijfstak in en rond dit dorp is goed voor honderden arbeidsplaatsen. Al sinds 2012 wijst de fractie SHK op de verzanding van de vaargeul, hetgeen wordt onderstreept door menig schipper die hier is vastgelopen met zijn vaartuig. Het meest recente incident (november 2019) was een vastgelopen tanker met 1600 ton gasolie aan boord; dat had kunnen resulteren in een zware aantasting van het ecologisch systeem in de Waddenzee.

Rijkswaterstaat voert vaargeulonderhoud uit in de Waddenzee. In het beheerplan Natura 2000 Waddenzee staan de vereiste breedte en diepte per geul aangegeven, waaraan Rijkswaterstaat zich dient te houden.

Voor het Visjagersgaatje is gesteld dat de nautische vaardiepte 3.50 meter – N.A.P. is, met een maximale onderhoudsdiepte (baggerdiepte) van 4.00 meter – N.A.P. De diepte van het Visjagersgaatje wordt 6 maal per jaar gepeild. Voor zover ons bekend, wordt aan de hand hiervan beoordeeld of er gebaggerd dient te worden in het gebied van het Visjagersgaatje.

Volgens de gebruikers van de vaarroute wordt de vaargeul ter plaatse van het Visjagersgaatje steeds smaller.

Door het geringe verschil tussen de nautische vaardiepte en de onderhoudsdiepte van 50 cm slibt de geul redelijk snel vol ten gevolge van stormen en door de stroming van eb en vloed, min of meer loodrecht op het Visjagersgaatje. Het Visjagersgaatje heeft namelijk een knik in de vaargeul (zie de bijlagen).

Dat betekent dat het Visjagersgaatje herhaaldelijk op de nautische vaardiepte dient te worden gebracht. Het zand van de aan de weerskanten gelegen zandplaten wordt bij eb en vloed naar de vaargeul verplaatst.

De vaarroute Wierbalg, was de vroegere hoofdvaarroute van en naar Den Helder en Den Oever. De vaarroute door het Visjagersgaatje was toentertijd slechts een alternatieve vaarroute. De vaarroute Wierbalg slibt nu langzamerhand verder dicht. Deze is alleen nog geschikt voor kleine vaartuigen met zeer geringe diepgang en is dan alleen nog tijdens hoog water bevaarbaar. Het is een teken aan de wand dat het gebied nabij de kustlijn, tussen Den Oever en Den Helder, nog verder zal dichtslibben.

In de havens van Den Oever en voor de drempeldiepte van de schutsluis Stevin van Den Oever, wordt een nautische vaardiepte van 4.10 meter – N.A.P. en een onderhoudsdiepte van 4.40 meter – N.A.P. aangehouden.

Uitgaande van de onderhoudsdiepte van de havens en schutsluis én de grotere nautische vaardiepte voor en na het Visjagersgaatje respectievelijk 6.50 meter – N.A.P. (westzijde) en 4.20 meter – N.A.P.  (oostzijde) is het gewenst de drempel in het Visjagersgaatje op een minimale nautische vaardiepte van 4.10 – N.A.P. te brengen. Dus gelijk aan die van de havens en de schutsluis!

Om het verschil met de huidige vastgestelde dieptematen gelijk te houden, komt de onderhoudsdiepte dan op 4.60 meter – N.A.P. (4.10 + 0.50).

Het getijverschil in Den Oever varieert van ongeveer gemiddeld tussen de 0.80 – meter N.A.P. bij laag water (eb) en 1.00 meter + N.A.P. bij hoog water (vloed).

Bij hoog water is de drempel in het Visjagersgaatje goed te nemen met een vaardiepte van 4.50 meter (3.50 + 1.00 meter), doch bij laag water van minimaal 2.70 – N.A.P. (3.50 – 0.80 meter) met daarbij een te geringe geulbreedte, lopen herhaaldelijk vissers-, vracht- en recreatieschepen (met kiel of schroef) vast c.q. lopen schade op bij het passeren van het Visjagersgaatje.

Bij sterke oosten- en noordoostelijke winden valt de nautische vaardiepte nog vele malen lager uit en is het Visjagersgaatje niet meer te passeren.

Wanneer er weer eens te weinig water in de geul staat en er toch schepen door het Visjagersgaatje proberen op te stomen, ontstaan er herhaaldelijk sleuven in de bodem. De hierdoor ontstane sleuven worden door RWS vrijwel, zover wij hebben begrepen, direct hersteld.

                                                                                                                                                De gewenste nautische vaardiepte van het Visjagersgaatje komt, als hiervoor genoemd, bij uitvoering overeen met de nautische vaardiepten van voor en na het Visjagersgaatje, met de nautische vaardiepte in de havens van Den Oever en met die van de schutsluis Stevin Den Oever.

Het bevordert de bereikbaarheid (onderdeel van de Gebiedsagenda) van en naar de havens van Den Oever en onder andere de Waddenzee én die van en naar de belangrijke vaarweg Waddenzee (Den Helder) en het IJsselmeer (Amsterdam) via de schutsluis Stevin.

In 2018 werden de volgende aantallen schepen geschut die ook het Visjagersgaatje passeerden: 682 zeeschepen, 3161 binnenvaartschepen en 18220 recreatieve schepen. Daarnaast passeren er nog eens ongeveer zo’n 2700 vaartuigen, hoofdzakelijk vissersschepen, vanuit de havens van Den Oever het Visjagersgaatje. Uiteindelijk gaat het hier om een totaal van 24763 scheepsbewegingen.

Ook voor de water gerelateerde bedrijven in de regio, in Den Oever en op de haventerreinen van Den Oever én voor de havens gelegen aan het IJsselmeer, is het van groot belang dat het Visjagersgaatje op de voorgestelde nautische vaardiepte en onderhoudsdiepte wordt gebracht.

Voor een gezonde economische toekomst van Den Oever is het van belang dat het Visjagersgaatje met een nautische vaardiepte van 4.10 meter – N.A.P. bij een onderhoudsdiepte van 4.60 meter – N.A.P. wordt gerealiseerd. Het is verder wenselijk dat daaraan tevens wordt toegevoegd dat de vaargeul wordt verbreed naar de oorspronkelijke breedte. Ook de knik in het Visjagersgaatje (zie bijlagen) dient te worden verwijderd, zodat er in de knik minder snel sprake zal zijn van het dichtslibben van de vaargeul.

Einde citaat

Het verzoek aan u is om meer duidelijkheid te verschaffen over de aan te leggen van zowel de leidam als van de dam bij de zandbanken Breehorn en Vogelsand in relatie tot het Visjagersgaatje en de Wierbalg?

Natuur Netwerk Nederland Amstelmeerkanaal

Pag. 13,14,15 en 16 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau wordt hier onder andere een schematische weergave van de verschillende visgemeenschappen in een natuurlijke overgang van open water naar moeras voorgesteld. De aangegeven visgemeenschappen in het schema ontbreken betreffende habitats vrijwel geheel.

Daarbij aansluitend staat op pagina 54: Naast Natura 2000-gebieden zijn andere gebieden in het project waardevol voor natuur. In het projectgebied zijn dit o.a. het Amstelmeer, delen van Wieringen. Robbenoord- en Dijkgatbos en Dijkgatsweide en de Koopmanspolder en Onderdijk. De gebieden maken deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Zowel op land als water liggen diverse leefgebieden voor beschermde soorten.

Pag. 21 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau stelt u: De herinrichting van de kanaaloevers maakt deze geschikt als paai- en opgroeiplaatsen. In een eerder project is al een verbinding gemaakt met de VRNK-boezem (Verenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem) en in een lopend project realiseert HHNK (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) een omvangrijk paai- en opgroeigebied in de Wieringermeer dat aansluit op het Amstelmeerkanaal nabij het IJsselmeer.

Het laatste vorengenoemde in de tekst sluit goed aan bij voor de herinrichting van de kanaaloevers van het Amstelmeerkanaal!

Later in de tekst wordt een en ander nader voorgelegd.

De Provincie had het eind 90-er jaren goed met de voormalige gemeente Wieringen en gemeente de Wieringermeer voor, betreffende het project Wieringerrandmeer.

Het project diende meerdere doelen.

Wieringen, Wieringermeer en de regio dienden van een sociaaleconomisch en een ecologische impuls te worden voorzien.

Het gebied zou anders in een onoverbrugbare negatieve economische situatie belanden.

Er diende een Wieringerrandnmeer, groot 1600 ha, met 2100 woningen te worden gerealiseerd.

In november 2010 besloten Provinciale Staten, na 10 jaar, met het project te stoppen. Hierdoor heeft het gebied, rondom het geplande Wieringerrandmeer, in wezen 10 jaar stilgestaan.

In de Regionale Raadscommissie Noordkop van 9 februari 2017 en in de Raden van de vier gemeenten (Hollands Kroon, Schagen, Den Helder en Texel) zijn omstreeks maart 2017 de projecten met budgetten vastgesteld, in een samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoering van het programma ‘De Kop Werkt!’

Het programma betrof onder andere om een versterking van het vaarroutenetwerk in de Kop van Noord-Holland te realiseren. Gekozen is voor een vaarroute van en naar het Amstelmeer en het IJsselmeer. Het Amstelmeerkanaal had de voorkeur van de fractie SHK om welke reden dan ook in die richting een voorstel is gedaan om het Amstelmeerkanaal bevaarbaar te maken.

Naast het hieronder afgebeelde kaartje van de bestaande toestand van het Amstelmeerkaanaal en het gewijzigde kaartje met het gevarieerd verbreden van het Amstelmeerkanaal.

Afbeelding: bestaande toestand

Afbeelding: gevarieerd verbreden van het Amstelmeerkanaal

In het Amstelmeerkanaal zijn diverse bestaande kunstwerken aanwezig. Op het gewijzigde kaartje zijn deze kunstwerken aangepast. De kunstwerken zijn niet relevant voor de genoemde opgaven in het project Wieringerhoek.

Om aan de door u in de bovengenoemde pagina’s gevolg te geven dient het Amstelmeerkanaal van en naar het Amstelmeer en IJsselmeer behorend tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gevarieerd verbreed te worden en wel op de volgende wijze:

1. Ter plaatse van de gehele Polder Waard-Nieuweland dient de huidige dijk aan de noordzijde van het Amstelmeerkanaal met minsten 70 meter naar het noorden te worden verplaatst;

2. Ter plaatse van de aansluiting Wieringerandweg met de Hippolytushoeverweg kan een uitstulping met een klein strandje worden gerealiseerd. Ook kan hier een soort van moerasje worden gerealiseerd. In de nabijheid aan de Wieringerrandweg wordt nu een visproject, een paai- en opgroeigebied voor vissen, gerealiseerd;

3. Vanaf de aansluiting van de zuiddijk van de Polder Nieuw-land met de Wierdijk is de Wierdijk tot De Haukes de noordelijke begrenzing van het Amstelmeerkanaal;

4. Ter hoogte van de aansluiting van de zuiddijk van de Polder Waard-Nieuwland met de Wierdijk, dient de zuiddijk van het Amstermeerkanaal tot de fietsbrug tegen de Wieringerrandweg te worden verplaatst;

5. Over een lengte van 840 meter, vanaf de fietsbrug, is het Amstelmeerkanaal vrij smal. Verbreding is in de huidige situatie nauwelijks mogelijk. Enige verbreding is over enkele gedeelten nog wel mogelijk maar wordt beperkt doordat aan de noordzijde van de versmalling het provinciaal monument de Wierdijk ligt en aan de zuidzijde ligt de Wieringerrandweg met kort daarop gelegen twee agrarisch bedrijven;

6. Vanaf de versmalling tot aan de Slootweg dient de zuiddijk van het Amstelmeerkanaal tot aan de Wieringerrandweg te worden verplaatst;

7. Ter hoogte van De Haukes dient de zuiddijk van het Amstelmeerkanaal tot aan de Slootweg, de Haukesweg en de Haukessluisweg te worden verplaatst.

De Provincie heeft nu nog percelen grond in eigendom, een erfenis uit de periode van het project Wieringerrandmeer. Door kavelruil kunnen voor de verbreding gronden aan het Amstelmeerkanaal worden toegevoegd.

Door het Amstelmeerkanaal uit te voeren zoals tevens is op het kaartje is voorgesteld, krijgt het gebied een geweldige ecologische impuls welke voldoet aan de uitgangspunten van het genoemde op de pagina’s 13, 14, 15, 16 en 54 uit de Notitie Reikwijdte en detailniveau.

Kan het voorgestelde uit de pagina’s uitgevoerd worden als een meekoppelkans in een verbreed Amstelmeerkanaal, zoals zowel op het kaartje als in tekst is weergegeven, worden gerealiseerd?

Zoetwaterreservoir IJsselmeer.

Pag. 16 in de Notitie Reikwijdte en detailniveau stelt u: het uitgangspunt is dat een vitaal en robuust zoetwatersysteem voor circa 10 % bestaat uit ondieptes met waterplanten (zone 2), begroeide oevers (zone 3) en periodiek onder water lopende vloedakkers (zone 4). Bij een totale omvang van het IJsselmeer van circa 108.000 hectare betekent dit dat er verspreid over het gebied zo’n 18.000 hectare aan dit type habitats gecreëerd moet worden: enz.

Pag. 41 en daaropvolgende pagina’s wordt in de Notitie Reikwijdte en detailniveau door u voorgesteld: Varianten voor het realiseren van helofytenmoeras en overstromingsgrasland in het IJsselmeer.

Pag. 1 van het document Opzet participatie(-plan) project Wieringermeer stelt u: Het hoofddoel van de Verkenning is het deltakarakter van de verbinding tussen het IJsselmeer en de Waddenzee te versterken door ‘natuurlijke overgangen’ te maken: van nat naar droog en zoet naar zout. Het ecologische hoofddoel heeft twee subdoelen:

1. Het verbeteren van de connectiviteit voor vis;

2. Het creëren van diverse leefgebieden voor vissen en vogels.

(Op 1 en 2 is al elders in de zienswijze naar aanleiding van de pag, 13,14,15,16 en 54 uit de Notitie Reikwijdte en detailniveau gereageerd)

Wieringerhoek kent daarnaast een belangrijk nevendoel: namelijk een bijdrage leveren aan de bescherming van de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer door zoutindringing te verminderen. Dit is belangrijk voor drinkwater en voor de land- en tuinbouw.  Het project maakt inrichtingsmaatregelen die zorgen dat zoutwater wordt vastgehouden binnen de zoet-zout overgang, ten behoeve van ecologie, gerealiseerd wordt en dat daarmee de zout indringing in het verdere IJsselmeer tegengegaan wordt.

Tijdens de procedure waterveiligheid Afsluitdijk in 2011 was er sprake van dat de dijk op de bestaande hoogte diende te worden gehouden maar moest dan wel overslag bestendig uitgevoerd worden. Daar is Rijkswaterstaat van op teruggekomen door de dijk met zo’n 1.50 meter te verhogen. Een belangrijke bijkomstigheid was dan dat het IJsselmeer nagenoeg gevrijwaard werd van overslaand zout water. Het IJsselmeer is het grootste zoetwaterreservoir in Noordwest-Europa. Het enorme zoetwaterreservoir is van groot belang voor het waterbeheer, de drinkwatervoorziening, de landbouw, de industrie en voor het doorspoelen van grote gebieden rond het IJsselmeer. Het zoetwaterreservoir is hier een ‘macht’ voor de economie en voor het welzijn van de burgers in de noordelijke helft van Nederland dat niet onderschat mag worden.

En daarom is het geen nevendoel maar dient het hoofddoel te zijn als uitgangspunt voor het IJsselmeer om een bijdrage te leveren aan de bescherming van de zoetwatervoorraad.

Ook zijn er zorgen over het aanleggen van talrijke eilandjes zoals u op de pag. 41 en daaropvolgende pagina’s weergeeft.

Het is te waarderen zoals u de eilandjes heeft weergegeven maar de hoeveelheid zoetwater moet absoluut niet kleiner worden.

Wat zijn de compensatiemaatregelen om de zoetwatervoorraad als hoofddoel, in het IJsselmeer op de huidige grootte te houden?

Zoals u zelf op pag. 22 in de Startbeslissing Wieringerhoek aandacht vraagt voor de fuikenvisserij, luidt de volgende vraag:

Wat is de compensatie voor de visserij in het IJsselmeer en in het bijzonder voor de fuikenvisserij?